Zeeklipper Neerlandia
Historie
| Home | Historie | Verbouwing | Ankerlier | Lieren | Rondhouten | Zwaarden | Zeilplan |
| Contact | Evenementen | Interieur | Overloop | Scheepswerf | Hard bakboord |
De Bouw van het schip:
In 1907 liet Jetze Fortuin bij NV Friesche Scheepsbouw Mij. te IJlst een klipper bouwen voor beperkte kustvaart. Deze scheepswerf is een voortzetting van de nog in de volksmond hetende Scheepswerf van Croles. Op de plaats waar toen de scheepswerf zat heeft nu de fa. Bakker een zaak in watersport en scheepsmotoren.(Op mijn verzoek zijn zij in de geschiedenis gedoken en daar kwam een aardig verhaaltje uit en drie oude ansichtkaarten met plaatjes van vroeger. Scheepsbouw vindt echter op deze plek al vele generaties plaats). Deze werf is als eerste in Friesland begonnen met de bouw van stalen zeilschepen voor de zeevaart. (bron: magazine "Het Nederlansche Zeewezen" 15 juli 1907). Dit schip was ook het eerste zeezeilschip wat op de werf is gebouwd. Het krijgt een schoener-achtige kop en een fors overhangende "friese" kont. Omdat het schip als 1-master getuigd werd is het omschreven als klipper.
Jetze Fortuin waarschijnlijk samen met zijn vrouw
Jetze en Harm Fortuin


Eigendomsverklaring
Hoe lang duurde de bouw van een klipper?
Een gerenommeerde scheepswerf moet daar toch al gauw een maand of 4, 5 mee bezig zijn geweest vermoed ik. Zeker als daarbij nog het tuigen en zeil maken wordt meegerekend; een zeilmaker begon altijd pas met het snijden van het doek als hij de maten ter plekke had genomen, niet zoals nu van een tuigplan dat vooraf al op papier stond. In feite stond er bij de bouw niets op papier. Zoals het al in de houtbouw ging werd op bijna alle werven in het noorden des lands toen nog op het oog of met mallen gebouwd .Nu was het construeren van een stalen schip een heel ander verhaal dan een houten schip alleen al het klinken was een verhaal apart. Voor het buigen van de spanten had je een zware spanten buiger nodig en voor het bewerken van de platen een slingerpons.
Ook leuk is om te achterhalen wat een 150 of 160 tons klipper voor ’n prijskaartje had. Echter van de werf in IJlst is niets bewaard gebleven, maar een schip als deze moet een nieuwbouwprijs gehad hebben van rond de zes duizend gulden .
In 1909 begon de Nederlandse Scheepvaart Inspectie zich te bemoeien met eisen die gesteld werden aan schip en uitrusting, hierdoor viel dit schip net buiten die regelgeving. Om het schip sterker te maken dan zijn binnenvaart soortgenoten zijn er wel enkele versterkingen bij de bouw aangebracht; in de kimmen is ieder spant als keerspant uitgevoerd (een hoeklijn andersom erop geklonken) en zijn er in de kop aan iedere zijde twee stringers aangebracht; op de spanten is een zware hoeklijn geklonken, met daarop een plaat en nog een hoeklijn, waardoor er een U-profiel ontstaat. Ook het klinkwerk bij de stuikplaten bestond uit dubbele rijen klinknagels. Het verkleinde voorruim met 8mm dikke spanten eronder evenals het mastdek op gangboordhoogte gaven het schip een beter verband. Wat de scheepvaartinspectie nooit had toegestaan waren de kleine uitwateringspoorten .
Misschien dat we in de loop der tijd eens de gehele bouwwijze op papier moeten zetten, van spantafstand tot plaatdikteBijlbrief:
Bij de tewaterlating van het schip is vroeger een bijlbrief opgesteld. Een bijlbrief is een verklaring van een scheepswerf dat een schip in opdracht van en voor rekening van een bepaalde persoon is gebouwd en geleverd. De term komt nog uit de tijd dat de schepen van hout gemaakt werden, en ‘schoon van de bijl’ werden opgeleverd. Heden ten dage wordt dezelfde term gebruikt en is dat schijven een verklaring voor het verstrekken van een hypothecaire lening. Echter deze bijlbrief is niet bij de tewaterlating in 1907 opgesteld, maar later in 1914. De oorzaak ligt waarschijnlijk in het feit dat de NV. Friesche Scheepsbouw Mij toen failliet ging, en de werf nog een participatie in het schip had. Daarnaast is toen ook een eigendomsverklaring opgesteld, om het werfdeel opnieuw gefinancierd te krijgen.


Bijlbrief van 12 juni 1914 getekend te Leeuwarden en rechts Iets van de Industrie Bank getekend op 22 juni 1914 te haarlem
De tekst op het papier luit als volgt:
Gezien ter bevestiging van vorenstaande handteekening van den Heer Mr H.Tuymelaar, wonende binnen deze gemeente.
Haarlem,22 juni 1914
De Burgemeester van Haarlem, puntje puntje puntje (onleesbaar) Dus de heer D.R Okma, liquidadeur van de scheepswerf heeft alsnog de bijlbrief op 12 juni 1914 opgesteld, en deze is omdat hij woonde in de gemeente Leeuwarden door de burgemeester aldaar bekrachtigd (gelegaliseerd) er is daar ook f 0,25 aan leges voor betaald valt af te lezen. Tien dagen later is in Haarlem naar ik aan neem een financiering gedaan door de Industrie-Bank .
Op de tiende van die maand heeft J.Fortuin,thans liggende in Hoogkerk,Gr de eigendomsverklaring opgesteld, welke de elfde weer is ondertekend door een of andere ambtenaar ten kantore der hypotheken te Groningen.
Kadastrale gegevens
Jetze Fortuin is gehuwd met Gerritdina Heyman, beiden in den eersten echt. Meetbrief voor de zeevaart wordt onder nummer 344 te Amsterdam verstrekt na de bouw van het klipperschip. De eerste meetbrief voor de binnenvaart nr 2492 te Amsterdam verstrekt op den tienden juli negentienhonderd zeventien bedraagt eenhonderd zes en vijftig kubieke meters of scheepsbetonnen, hebbende een laadvermogen van eenhonderd en vijftig duizend vijfhonderd kilogram. Voor den eersten keer teboekgesteld op veertien juni negentienhonderd veertien als enig eigenaar van het stalen zeilschip Neerlandia met het merk 8105 Gron. 1914.
Verkoop vindt plaats op den twintigste juli 1900 en vijf en twintig aan den heer Jan van der Veer Petruszoon, schipper wonende te Stavoren. Het overdekte staalijzeren klipperschip (in den meetbrief voor de binnenvaart abusievelijk vermeld als klipperaakschip) genaamd "Neerlandia" waaraan de koper thans den naam geeft van "Vertrouwen"....etc. etc.... dat mede tot gemelde inventaris worden gerekend te behooren, en als onder verkochte zijn begrepen de zich te Heeg ten huize van M. de Jon bevindende mestschotten. Dat deze koop en verkoop is geschiedt voor de som van elfduizend gulden, die de koper aanneemt aan den verkooper te betalen binnen acht dagen naar heden, geldende wanneer de betaling binnen dien tijd werkelijk plaats heeft de kooper twee procent van de koopsom kunnen korten voor de contante betaling....
Op 8 maart 1927 wordt het schip te leeuwarden opnieuw ingebeiteld met het nummer 54B Gron. 1926 waardoor het oude nummer komt te vervallen. Deze gratis registratie volgt n.a.v. het Koninklijk besluit van 28 december 1925 (staatsblad no. 518).
Na het overlijden van Jan van der Veer op 7 juni 1955 te Enkhuizen komt het een maand later, op negen juli tot de overdracht naar Filipbertus Gankema en Klaaske van der Veer, schoonzoon en dochter van de vorige eigenaar. De waarde van het schip is voor de verkoop door beider partijen benoemde deskundige Auke Tjibbeles van der Werff te Stavoren bepaald op tienduizend twee gulden. (f 10.002,== . Hierbij was het schip nog volgens de omschrijving voorzien van een mast, grootzeil, stag- en kluiffok, een dek, voor en achterkap en woonroef. Het laadvermogen was inmiddels door de plaatsing van een motor dienende tot voortbeweging gereduceerd van 156.512 ton naar 154.750 ton. De motor wordt omschreven als een twaalf paardekrachts Industrie motor nummer 945 aangebracht op de cylinder van de motor.
Op 17 februari 1962 wordt er een hypotheek van 14.000 gulden op het schip genomen bij de Coöp. Boerenleenbank te Warns voor de plaatsing van een nieuwe Volvo-Penta 6 cylinder scheepsdieselmotor van 71 P.K. Het schip wordt dan omschreven als staalijzeren motorvrachtschip hebbende een dek, een ruim. een luikenkap, een stuurhuis en een woonroef. Het laadvermogen is dan mede door de kalffdekken vergroot naar 164.200m3.
Uiteindelijk vond het echtpaar midden jaren '80 aan de Emmakade in Leeuwarden bij de Edah een plekje tegen de wal en was het schip klaar met het versjouwen van de tonnen lading.
Foto's uit de oude doos: Van de Veer en Gankema
Hieronder volgen een aantal oude foto's

Foto 1: Zoon van Filipbertus en Klaske Gankema achter op de broodwagen. Duidelijk zichtbaar hier het heklicht, een voetenbankje aan de broodwagen en de handel van de mechanische koppeling. Het haspel heeft inmiddels een hoepel om de spaken.

Foto 2: Afvaart van de klipper met Gankema's en jongste nichtje. Het schip heeft hier ook nog een liggende Deutz op het voordek staan met een zijschroef ofwel "lamme arm". De spiegel werd gesierd door een fraai naambord. Op het achterdek de grootschoot/hekankerlier en de zwaardlieren uitgevoerd als zogenaamde sleutellier (zonder jachtwiel maar met een slinger).

Foto 3: Mest lossen in Hillegom.Vanuit Friesland werd de mest naar de Bollestreek gebracht. De Vertrouwen loste altijd in Hillegom. De lading werd dan met de riek overgeschept (jawel 160 ton) in westlanders van allerlei maten (zie foto 7). Op het kanaal werd er gevaren met een opduwer en volgens overlevering was het een crime om de opduwer achter, in plaats van onder de geveegde kont te houden. Was de vracht dan eenmaal gelost, na een dag of 2 - 3, dan gingen alle mestschotten overboord en vervolgens ook de gehele buikdenning. Het ruim werd uitgespoeld en de buikdenning er weer in. Aan de overkant van de vaart werden dan bij de steenfabriek (vaak witte) stenen geladen voor bestemming Friesland. Duidelijk op de foto is de bak- en stuurboordsingang van de roef, beide zijden even groot. De lengte van de giek met de eroverheen hangende tros is ook goed te bepalen. Het haspel (stuurwiel) heeft nog geen hoepel buiten om de spaken. Ook het opduwertje wordt hier nog even schoon gemaakt door de dochter van de heer v.d. Veer.

Foto 4: De afgeladen klipper bij de Centrale Suiker Maatschappij Amsterdam. De heer en mevrouw Van de Veer en beide dochters op een statieportret. Heel veel oude details van het schip zijn hier terug te zien. Ook heeft deze foto model gestaan voor de restauratie van het voorruim; de voeten van de bokkepoten kunnen slechts op de achterzijde van het voorruim staan, iets wat de jonge dame meest rechts zich nog wist te herinneren. De fok zit op een boom net boven bokkepoten. De fokkenschoot op een draad en netjes de huik om de fok. Watertank ook naast de vooronder ingang. Enkele verstaging aan de (getopte-) kluiverboom terwijl er aan de binnen zijde boeisel twee bevestigingsplaatsen en een paard zitten (misschien uit de kustvaarttijd ?). Twee stokankers. De voorkant van de roef heeft onder de patrijspoorten nog een dekje (nu wederom geklonken aangebracht) al met al: weinig geheimen.

Foto 5: De heer Van de Veer met zijn vrouw. Hij was het die de heer Jetze Fortuin met zijn machtige schip "Neerlandia" keer op keer de haven van Stavoren in zag varen al dan niet met bakstagwind, en dacht; dat moet em worden. Misschien was het ook wel zijn jongensdroom die uitkwam in 1926. Het echtpaar kreeg een zoon en twee dochters. De zoon overleed op jonge leeftijd en die twee dochters trouwden twee broers Gankema: Bertus Gankema en Harm Gankema. Erg gezellig dus. Bertus nam het schip over van zijn schoonmoeder toen schoonvader overleed,en schoonmamma ging in Stavoren aan de wal. Harm kocht met zijn vrouw een tjalk voor de binnenvaart. Het toeval wilde dat beide schepen "Vertrouwen " heette en ook nog het zelfde laadvermogen van 164 ton hadden. Vaak namen ze op de schippersbeurs een vracht van 300 ton aan en namen elk de helft .Vaak was er dan enige hilariteit wanneer "Gankema" mocht laden; eerst de tjalk of eerst de klipper?? (hoezo Zuiderzee-spel???).

Foto 6: De enige foto tot op heden (2005) van het schip onder zeil, en dan nog wel met zoveel wind dat het water een spiegel is. Maar ongetwijfeld ging dit schip ook toen nog vooruit. Duidelijk herkenbaar hier zijn de grootschootstopper (veer om schokken op te vangen) en op het voordek een luik als vooronderingang. Dat laatste moet eerder een halfronde ingang met twee deurtjes zijn geweest. Voorts een fiks lange gaffel met dito top, echter een zaling ontbreekt hier. Slechts één bindreef in dat enorme grootzeil!!!

Foto 7: Strontscheppen in een westlander. Tussen wal en schip geraken heet het hier letterlijk voor de westlander. Bij revisie van de ankerlier vond ik achter de ankerkluizen onderdeks een riek met een korte steel. Menig kilootje zal daar mee zijn weggezet. En die bewaren we dus met enig respect voor de vorige generatie. Verder zie de foto 3.

Foto 8: De andere zoon van Bertus en Klaske Gankema. De achteronderingang is nog geklonken. Leuk projektje voor later. Grootschoot aan dek door de twee schijven. En in het hoekje zat een vuldop voor de watertank in `de kelder´: de ruimte in het achteronder boven de scheg tegen het schot aan.

Foto 9: Schip met een puntje kluiverboom, met een stuurhut maar nog zonder kalffdekken. Wel een groot ruim. Van een zijzwaard is niets meer terug te vinden, de zeiltijd is ‘definitief’ voorbij.

Foto 10: Fillipbertus en Klaske Gankema op oudere leeftijd.

Foto 11: Met vracht in het ruim blijft de kop toch nog fier boven de waterlijn uittronen. Geen puntje kluiverboom meer, en ook geen kalffdek.

Foto 12: Feest in IJmuiden. De twee Vertrouwen’s van gebroeders Gankema gebroederlijk naast elkaar .

Foto 13: Nogmaals in IJmuiden weer tesamen. Klipper Vertrouwen (160 ton) naast tjalk Vertrouwen (160 ton) De gebroeders Gankema voeren veel staal en kunstmest uit deze plaats naar het noorden.

Foto 14: De kop van de klipper .Watertank en koproer zijn prominent aanwezig op het voordek. Op de voorplecht heeft het laatste stukje kluiverboom plaats gemaakt voor een gelast golfboord. Zie het die botter eens vergaan..daar waar houten zeilschepen niet economisch meer waren functioneerden de ijzeren en stalen leeftijdsgenoten nog prima.

Foto 15: Tijd voor het noodzakelijke onderhoud: de luikenkap vers in de teer.
In de jaren tachtig is de Vertrouwen als werkpaard ook verschillende keren door de camera van Harry de Groot vastgelegd. De hierdoor verkregen plaatjes met het schip in bedrijf zijn een welkome aanvulling op de verzameling. Harry, nogmaals bedankt voor de foto's!!

Foto 1: Dhr. Leyenaar met de Harlingen en Gankema met de Vertrouwen op het Buiten IJ. Samen steken ze de grote plas over.

Foto 2: Half gelost van kunstmest in Aduard nabij de hoge brug over het Aduarder diep, juli 1983. In het pand is nu een watersportwinkel gevestigd.



Foto 3,4en 5 Aan het smalle Boterdiep wordt in Zuidwolde een vracht kunstmest gelost en daarna wordt er weekend gehouden.
.
.
Foto 6 : Met haar 74 pk motor lukte het toch om met een leeg schip de gang er in te krijgen. Maar ja, wat wil je met zo'n gestroomlijnde romp. Hier komt de Vertrouwen onder de beroemde spoorbrug van Zuidhorn door.

Foto 7 : In de zomer van 1986 maakte Gankema met de Vertrouwen nog een reisje kunstmest naar Zuidwolde. In de sluis van Gaarkeuken naast de kustvaarder Steady van Veninga.


Foto 8 en 9: net na de uitvaart van Gaarkeuken (foto7) onderweg naar het boterdiep.